Sri Krsna Caitanya Mahaprabhu

 

 

kṛṣṇa-varṇaḿ tviṣākṛṣṇaḿ

sāńgopāńgāstra-pārṣadam

yaj–aiḥ sańkīrtana-prāyair

yajanti hi su-medhasaḥ

 

ÒIn het Kali-tijdperk chant de incarnatie van de Heer voortdurend de heilige naam ÒKrsnaÓ in gezelschap van Zijn metgezellen. Zijn huidskleur is niet zwartachtig (zoals Krsna), maar goudkleurig. De wijzen vereren Hem door gezamenlijk Zijn naam te chantenÓ. (Srimad-Bhagavatam 11.5.32)

 

Zijn verschijning

Sri Caitanya Mahaprabhu (1486-1533) verscheen meer dan 500 jaar geleden in Mayapur, West-Bengalen. Hij is een incarnatie van Heer Krsna die om twee redenen naar deze materi‘le wereld neerdaalde:

 

1. om de heilige namen van de Heer te verspreiden

2. om alle mensen uit hun materi‘le gebondenheid te verlossen.

 

Dit gaf Heer Krsna tegelijkertijd de kans om de nectar van zuivere liefde voor God te proeven zoals die door Zijn meest verheven toegewijde, Srimati Radharani, KrsnaÕs innerlijke energie, wordt ervaren.

 

Jeugd

In Zijn jongensjaren speelde Heer Caitanya de rol van een uitzonderlijk geleerde met enorme kennis en talent, terwijl Hij de waarheid over Zijn incarnatie geheim hield. De meeste mensen kenden Hem als Nimai Pandita. Maar toen het juiste moment gekomen was, openbaarde Hij Zichzelf aan Zijn toegewijden als de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods en begon Hij het gezamenlijk chanten van de heilige namen te verspreiden: de sankirtana-beweging, die vandaag de dag nog steeds bestaat.

 

Sanyassa

Op Zijn vierentwintigste aanvaardde Hij de onthechte levensorde (sannyasa) en verliet Hij Zijn huis om door India te reizen en de mensen te bekeren tot liefde voor God. Hij kon iedereen, of het nu een athe•st, een dwaas, of nog erger was, maar ook de vrome en goede mensen, tot het niveau van liefde voor God brengen. Heer Caitanya nam niet in overweging of de ontvangers van de liefde voor Godwaardige kandidaten waren of niet. Hij schonk, zonder onderscheid te maken, zuivere liefde voor de Heer, en dat was iets wat nog geen andere incarnatie van God ooit had gedaan.

 

In het Srimad Bhagavat Maha Purana wordt uitgelegd dat God alleen in drie van de vier tijdperken verschijnt (Satya, Treta en Dvapara). Dit is omdat de Heer Zich in het vierde tijdperk, het huidige Kali-tijdperk, openbaart als de channa-avatara, de Ôgeheime avataraÕ of de speciale verborgen incarnatie. De verschijning van Caitanya Mahaprabhu in het Kali-yuga wordt als verborgen beschouwd, omdat Hij zich, in tegenstelling tot andere avataraÕs, niet openbaart als een incarnatie. Integendeel, Hij vertoonde Zijn activiteiten van vermaak in de vermomming van Zijn eigen toegewijde en stond alleen Zijn meest intieme volgelingen toe Zijn goddelijkheid te kennen. Toch wordt Zijn identiteit bevestigd door vedische geschriften zoals het Mahabharata, het Srimad Bhagavatam Maha Purana, de Krsna-yamala en de Brahma-yamala (al deze heilige teksten zijn lang voor Zijn verschijning geschreven). Deze teksten geven specifieke informatie zoals de naam van Zijn moeder, Zijn geboorteplaatsen Zijn missie.